๐“๐จ๐œ๐ก ๐ž๐ž๐ง ๐š๐ซ๐›๐ž๐ข๐๐ฌ๐จ๐ฏ๐ž๐ซ๐ž๐ž๐ง๐ค๐จ๐ฆ๐ฌ๐ญ ๐ฏ๐จ๐จ๐ซ ๐ค๐ซ๐š๐ง๐ญ๐ž๐ง-๐๐ž๐ฉ๐จ๐ญ๐ก๐จ๐ฎ๐๐ž๐ซ๐ฌ

De uitspraken over het zelfstandig zijn of toch op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaam zijn, volgen zich snel op. In deze kwestie heeft het Gerechtshof Amsterdam zich vorige week uitgesproken over de zogenaamde kranten-depothouders.

In haar uitspraak heeft het Hof zich gehouden aan de uitgangspunten die in de zaak van de Deliveroo bezorgers zijn vastgesteld.

Het gaat dan om de volgende punten die van belang zijn om vast te stellen of sprake is van een arbeidsovereenkomst of een overeenkomst met een zelfstandige:

1. de aard en duur van de werkzaamheden;

2. de wijze waarop de werkzaamheden en de werktijden worden bepaald;

3. de inbedding van het werk en degene die de werkzaamheden verricht in de organisatie en de bedrijfsvoering van de opdrachtgever;

4. het al dan niet bestaan van een verplichting het werk persoonlijk uit te voeren;

5. de wijze waarop het contract tussen partijen tot stand gekomen is;

6. de wijze waarop de beloning wordt bepaald en waarop deze wordt uitgekeerd;

7. de hoogte van deze beloningen;

8. de vraag of degene die de werkzaamheden verricht daarbij commercieel risico loopt;

9. de vraag of degene die de werkzaamheden verricht zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen, bijvoorbeeld bij het verwerven van een reputatie, bij acquisitie, wat betreft fiscale behandeling, en gelet op het aantal opdrachtgevers voor wie hij werkt of heeft gewerkt en de duur waarvoor hij zich doorgaans aan een bepaalde opdrachtgever verbindt.

Daarbij heeft de Hoge Raad overwogen dat het gewicht dat toekomt aan een contractuele afspraken bij beantwoording van de vraag of een overeenkomst als arbeidsovereenkomst moet worden aangemerkt, mede afhangt van de mate waarin dat beding daadwerkelijk betekenis heeft voor de partij die de werkzaamheden verricht. Ofwel, hoe gaat het in de praktijk.

In deze kwestie heeft het Mediahuis de samenwerking met de kranten-depothouders met onmiddellijke ingang beรซindigd. De rechtbank heeft geoordeeld dat dat niet kon omdat sprake was van een arbeidsovereenkomst met de kranten-depothouders. Dat heeft het Hof nu bekrachtigd.

Het Hof heeft de bovenstaande uitgangspunten toegepast vanuit het principe dat de feitelijke gang van zaken zwaarder weegt dan de vooraf op papier opgezette constructie. Het hof concludeert op basis van een groot aantal vastgestelde feiten tot โ€˜schijnzelfstandigheidโ€™ van de kranten-depothouders, omdat zij in werkelijkheid volgens instructies van Mediahuis werkten. Het Hof prikt dus door de constructie heen en kijkt naar de feitelijke situatie. Daarmee staat vast dat zij op basis van een arbeidsovereenkomst werkten. Dat heeft voor Mediahuis als gevolgen dat zij (forse) vergoedingen moeten betalen omdat zij de kranten-depothouders dus eigenlijk ontslagen hebben, hetgeen eigenlijk niet mogelijk was.