De kantonrechter in Den Haag heeft op 1 februari 2019 een uitspraak gedaan die toch wel wat stof heeft doen opwaaien. Het gaat om een al dan niet terecht gegeven ontslag op staande voet in verband met drugsgebruik.

Wat speelde er?

Een werkneemster is sinds 2018 bij haar werkgever in dienst. De personeelsvereniging heeft een personeelsfeest georganiseerd in een kampeerboederij. 25 werknemers brachten daar ook de nacht door.

Tijdens het personeelsfeest is een werkneemster met enkele collega’s naar de slaapplaats gegaan en zij heeft aan een van haar collega’s cocaïne aangeboden die zij had meegebracht naar het personeelsfeest. Samen met haar collega heeft zij tijdens dat feest cocaine gebruikt.

De werkgever is hier snel achter gekomen en heeft de werkneemster de volgende ochtend huiswaarts gestuurd. De daaropvolgende werkdag heeft de werkgever de werkneemster op staande voet ontslagen en de collega een schriftelijke waarschuwing gegeven.

De werkneemster vecht haar ontslag op staande voet aan.

De rechter die een oordeel over deze kwestie moet vellen overweegt dat waar het in deze procedure in wezen draait, is het antwoord op de vraag of het gebruik van cocaïne door werknemer tijdens een personeelsuitje en het aanbieden van cocaïne aan een collega tijdens dat personeelsuitje voldoende grond oplevert om de arbeidsovereenkomst tussen werknemer en werkgever met onmiddellijke ingang te (kunnen) beëindigen

Bij deze beoordeling heeft de kantonrechter enerzijds voorop gesteld dat het gebruik van cocaïne in brede kring als maatschappelijk onwenselijk wordt beschouwd en dat het bezitten, aanbieden of verhandelen van cocaïne zelfs een strafbaar feit is, maar anderzijds dat het gebruik van cocaïne in bepaalde kringen zo niet gemeengoed, dan toch in ieder geval tamelijk wijd verbreid is. De berichten in de media over metingen in onder meer het afvalwater van de gemeente Amsterdam wijzen in die zin op uitgebreid gebruik van cocaïne en het onderscheppen van grote hoeveelheden cocaïne door de douane in onder meer de haven van Rotterdam wijzen in de richting van het gebruik van aanzienlijke hoeveelheden cocaïne. Dat werknemer cocaïne zelf gebruikt en, naar aan te nemen valt, een kleine hoeveelheid aanbiedt aan een collega, waarvan gezegd wordt dat die niet eerder cocaïne gebruikte, is derhalve enerzijds wellicht onwenselijk of zelfs strafbaar, maar anderzijds een maatschappelijke realiteit, die niet als zeldzaam dient te worden gezien, aldus de kantonrechter.

De kantonrechter is van oordeel dat in dit geval het gebruik van de cocaïne te ver verwijderd is van het dienstverband van werkgever met werkneemster. In de eerste plaats vond het gebruik plaats buiten werktijd en op een locatie die ver verwijderd was van de plaats, waar werkneemster haar werkzaamheden verrichtte. Daarnaast vond het gebruik plaats tijdens een personeelsuitje, dat georganiseerd werd door de personeelsvereniging van werkneemster. Van enige rechtstreekse betrokkenheid van werkgever op de activiteiten van de personeelsvereniging is niet gebleken. De kosten van het uitje werden bovendien bestreden met een bijdrage van de werknemers zelf, met slechts een bescheiden bijdrage van de zijde van de werkgever. Tenslotte vond het gebruik plaats in de beslotenheid van een kampeerboerderij.

De kantonrechter oordeelde vervolgens dat een ontslag op staande voet en te ver strekkende maatregel. Omdat de werkneemster niet meer terug in dienst wil moet de werkgever een vergoeding betalen van 3.000 euro bruto.

Weer een uitspraak waaruit blijkt dat voorzichtigheid is geboden bij het toepassen van een ontslag op staande voet. Alle omstandigheden spelen een rol. Neem altijd even contact met ons op als je op het punt staat een werknemer op staande voet te ontslaan of als je ontslag bent. We voorzien je graag van advies.