Bedrijfsmatige verhuur van woonruimte geen huurbescherming?

In een uitspraak van 20 januari 2026 oordeelde de kantonrechter in Arnhem dat er bij de verhuur van een woning aan een bedrijfsmatige huurder die de woning voor shortstay onderverhuurde aan een viertal arbeidsmigranten, geen recht was op huurbescherming.

Daar lagen twee redenen aan ten grondslag, en vooralsnog is nog ongewis welke van de twee redenen de doorslag zou geven, of dat het gevolg alleen optreedt als beide redenen aan de orde zijn.

Reden 1: de huurder ging de woning niet zelf bewonen

De woning werd verhuurd aan een professionele partij die de woning niet huurde om er zelf te wonen, maar om deze bedrijfsmatig door te verhuren.

Dat werd door deze kantonrechter als een essentieel onderscheid aangemerkt.

Bij gebruikelijke woonruimtehuur huurt iemand een woning om daar zelf zijn hoofdverblijf te hebben. Denk aan:

  • een particulier die een appartement huurt
  • een gezin dat een woning betrekt
  • een student die ergens woont

In deze zaak was daar geen sprake van. De huurder gebruikte de woning als exploitatiemodel: de woning werd ingezet voor verhuur aan derden.

De huurder was dus geen bewoner, maar een zakelijke tussenpartij.

Waarom is dat belangrijk?

Omdat huurbescherming vooral bedoeld is om bewoners te beschermen, niet bedrijven die woningen commercieel inzetten.

Omdat de contractuele huurder er zelf niet woonde, keek deze rechter anders naar het huurregime.

Reden 2: de bewoners verbleven er slechts kort

De tweede reden was dat de uiteindelijke bewoners slechts tijdelijk in de woning verbleven.

Het ging om bewoners die:

  • korter dan enkele maanden bleven;
  • tijdelijk in Nederland werkten;
  • na afloop weer zouden vertrekken;
  • zich niet duurzaam in de woning vestigden.

Met andere woorden: het ging niet om normale bewoning, maar om tijdelijk verblijf.

Waarom telt dat juridisch mee?

Huurbescherming is bedoeld voor mensen die ergens daadwerkelijk wonen en daar hun privéleven opbouwen.

Wanneer iemand slechts tijdelijk verblijft, bijvoorbeeld voor werk of een project, kan sprake zijn van huur naar zijn aard van korte duur. In zulke gevallen geldt vaak geen reguliere huurbescherming.

Wat betekent dit voor huurders en verhuurders?

Verhuur je aan een bedrijf, bemiddelaar of exploitant die woningen gebruikt voor tijdelijke huisvesting of ben je zo’n bedrijf? Dan is dit zeer relevant.

De rechter in deze zaak keek namelijk naar de werkelijke situatie, niet alleen naar de titel boven het contract.

Dus niet:

  • “Er staat woninghuur, dus huurbescherming.”

Maar wel:

  • Wie woont er echt?
  • Is dat duurzaam of tijdelijk?
  • Is het wonen of exploitatie?

 

Bron: ECLI:NL:RBGEL:2026:432