Dure opzegging arbeidsovereenkomst!

Deze week verscheen er in het nieuws een uitspraak over een opzegging van een arbeidsovereenkomst die een werknemer nogal duur kwam te staan. Ruim 20.000 euro moest de werknemer betalen aan zijn werkgever omdat hij zijn baan had opgezegd.

RTL publiceerde er ook een stukje over, zie:

https://www.rtl.nl/nieuws/economie/artikel/5471184/pas-op-zomaar-opzeggen-baan-kan-tienduizenden-euros-kosten

 

Maar hoe kan dat? Je moet als werknemer toch je baan op kunnen zeggen?

Nee, zowel de werknemer als de werkgever moeten zich houden aan een opzegtermijn. Gewoonlijk bedraagt deze één hele maand, aan het einde van de maand. Dit is in de wet geregeld in artikel 7:671 en 7:672 Burgerlijk Wetboek.

Daarnaast moet het contract een tussentijdse opzegbeding bevatten. Als dit niet is opgenomen, mag de werknemer niet zonder toestemming van de werkgever eerder vertrekken dan de afgesproken einddatum in het contract.

Als er een tussentijds opzegbeding is opgenomen en de werknemer zegt alsnog op (en dient zijn contract dus niet uit), dan zal hij een schadevergoeding moeten betalen aan de werkgever. Dit bedrag is gelijk aan het salaris vanaf de vertrekdatum tot de einddatum van het contract. Dus zeg je vandaag je tijdelijke arbeidsovereenkomst op tegen 1 november 2024, die geen tussentijds opzegbeding bevat en de einddatum is 1 mei 2025, dan moet je als schadevergoeding het loon betalen van 1 november tot 1 mei!

En dat is hoe het werkt, zo oordeelde de rechter in Rotterdam deze week. Een werknemer moest 4 maandsalarissen als schadevergoeding betalen.

Laat dus altijd even goed checken of er wel een tussentijds opzegbeding in de arbeidsovereenkomst is opgenomen. En voor de werkgever is het goed om na te denken of je in iedere arbeidsovereenkomst wel een tussentijds opzegbeding wil opnemen.